Bang

kaah.nl

foto 1Als kind was ik wel eens bang. Maar niet meer dan een ander, denk ik. Bang om de juffrouw van de bieb aan te kijken als ik mijn boek wilde verlengen. Bang omdat de klas zou kunnen gaan lachen om de mol die ik had gemaakt ter illustratie van mijn spreekbeurt. Of was het meer zenuwachtig? Zoals bij een nieuwe baan, reis of geliefde? Ik kon mijzelf altijd geruststellen door te denken: wat kan mij gebeuren?…er is nog nooit iemand overleden aan een spreekbeurt! Toen ik ziek werd veranderde dat natuurlijk. Eigenlijk al tijdens de bevalling van mijn eerste dochter, een paar jaar daarvoor. Ik was ook bang en kon de angst niet de baas met bovengenoemde gedachte. Er sterven dagelijks mensen bij een bevalling! En nu had ik kanker. De kanker deed geen pijn, deed mij niet ziek voelen. Maar er gaan vreselijk veel mensen aan dood. Ik werd bang. Bang dat het leven voorbij zou zijn, bang voor het moment dat ‘ze’ zouden zeggen dat het niet meer goed ging komen. Bang voor het moment dat ik mijn meisjes achter zou moeten laten.

In de afgelopen jaren waren er veel momenten dat ik bang was. Uitslagen van onderzoeken, drains, dokters. En hoe ik me ook voorneem om me niet te meeslepen…de angst is veel sterker. Als ik écht bang ben dan reageer ik heel elementair. Ik zie het onheil naderen. Ik krijg onophoudelijk fysieke verschijnselen die mijn brein enkel met aanstormende tumoren kan verklaren. Wat mij nog enigszins kan kalmeren is de gedachte dat “zorgen maken de uitkomst niet zal beïnvloeden”. Dat is geen diepgewortelde overtuiging, maar eerder een stohalm die de paniek wat kan temmen. De angst lijkt ook niet minder te worden of beter te hanteren. En alle goede resultaten zeggen ook niets over deze ene. Wat ik wel merk is dat de dingen waar ik vroeger zenuwachtig voor zou kunnen (een sollicitatiegesprek, een presentatie…)  heel relatief zijn geworden.

Logo kaartje