Collega’s

kaah.nl

foto 4

In het begin dacht ík dat iedereen dacht dat ik gek was. Inmiddels blijkt dat veel genuanceerder te liggen. Er zijn mensen die denken dat ik een hersenbloeding heb gehad, dat ik gewoon goed nadenk voordat ik iets zeg, dat ik gedronken heb, dat ik net van de tandarts kom. Er zijn mensen die me een invalideparkeerplaats aanbieden op basis van mijn stemgeluid of articulatie. De juffrouw van de schoenenwinkel wil mij perse in een ‘goed voetbed’ kletsen terwijl ik graag geile laarsjes wil kopen. De conducteur grijpt mijn arm en begeleidt mij naar de juiste trein. Ik vraag er wel eens naar: “Wat dacht je, toen je me voor het eerst ontmoette?”

Ik ontdekte, door die vraag te stellen, dat mensen die het Nederlands niet als moedertaal hebben vaak denken dat ik óók uit een ander land kom. Ik word dan dus gezien als collega-buitenlander. Hierbij lijkt het feit dat ik anders spreek een verbinding op te leveren. We lijken iets te delen. Het maakt daarbij niet uit of iemand uit Servië, Hongarije of Turkije komt. Wat me ook opvalt is dat we dan vooral teruggrijpen op de meest basale vorm van communicatie. We lachen!

Logo kaartje