Concreet

kaah.nl

foto 4Ik spreek een beetje lullig. Soms is dat jammer, maar vaker is dat geen probleem. Het best verlopen conversaties met de volgende ‘groepen’ mensen:

* Mensen die het Nederlands niet als moedertaal hebben (zie column Lachen);

* Mensen die met twee vingers in de neus de universiteit hebben doorlopen in een exacte wetenschap. Mensen die blij worden van statistiek of juridische vraagstukken. De snuggere, concreet-denkenden.

Dat is toch fascinerend! Waarom zou een gesprek met die laatste groep beter verlopen? Even had ik de hilarische illusie dat ik met die groep het best kon levelen. Dat is het niet. Het ligt niet bij mij, het ligt bij hen. Kunnen zij beter communiceren dan anderen? Volgens mij ook niet. Als we kijken naar het lijstje van groepen waarmee het voor mij minder makkelijk communiceren is, dan kom ik wel tot een verklaring. Moeizame conversaties heb ik met:

  • Mensen met een voorliefde voor uiterlijk vertoon of status;
  • Medici, zorg- en hulpverleners.

Als ik uit beide rijtjes de laatste groepen naast elkaar zet zie ik een verklaring. De medicus is gewend om te observeren en te interpreteren. Zij halen (ook in hun vrije tijd!) veel informatie uit de non-verbale signalen en zij laten de ruis toe in onze conversatie. De statisticus richt zich in de communicatie volgens mij veel meer op de concrete boodschap. Het lijkt erop dat voor hen de inhoud van een gesprek zwaarder weegt voor de interpretatie daarvan. Heel zwart -wit gesteld zie ik de volgende tweedeling:

Medicus: Gericht op het geheel (verbaal en non-verbaal, vorm en inhoud), waardoor de ruis een rol speelt.

Statisticus: Gericht op de inhoud (de talige boodschap) waardoor de ruis een kleinere rol speelt.

Het best lopen conversaties met mensen die ik oprecht wil begrijpen en die mij oprecht willen begrijpen. Als we de verbinding zoeken en die ook vinden. En dan maakt het statistisch gezien niet uit als je medicus bent.

Logo kaartje